Er zijn twee redenen waarom Pearson het afraadt interpretatie van scores aan te passen aan de manier van afnemen. De eerste reden is dat afnamestijleffecten in de equivalentieonderzoeken in Amerika over het algemeen klein en niet statistisch significant zijn (wat betekent dat zij veroorzaakt zouden kunnen zijn door een steekproeffout) en zij vallen allemaal ruim onder de standaard meetfout van de subtests. De statistische maat voor effectgrootte geeft aan hoe groot het afnamestijleffect is in eenheden van standaarddeviatie. Het doel van het onderzoeksprogramma van Q-interactive was een afnamestijleffect van 0,2 of lager voor subtests, oftewel niet meer dan een vijfde van een standaarddeviatie, of drie vijfde van een punt op de Wechsler subtestschaal.


Voor de WAIS-IV (US) is er slechts één subtest (Onvolledige tekeningen, een aanvullende subtest) die een statistisch significant afnamestijleffect vertoont van slechts een halve geschaalde scorepunt (met lagere scores bij Q-interactive dan bij de standaardafname).


Een tweede reden waarom wij het niet aanraden scores aan te passen, is dat de afnamestijleffecten op individuele subtests niet veel invloed hebben op de indexscores. Voor de WAIS-IV (US) zijn de TIQ-scores met Q-interactive en met standaard afnames nagenoeg identiek (0,1 indexscorepunt lager met Q-interactive). Voor de indexscores zijn de afnamestijleffecten voor de WAIS-IV als volgt: Verbaal begrip, -1,4 indexscorepunten; Perceptueel redeneren, 0,6 punten; Werkgeheugen, -0,9 punten; en Verwerkingssnelheid, 1,5 punten. (De positieve waarden geven aan dat de scores met Q-interactive over het algemeen hoger zijn.)


Uit de onderzoeken kwamen geen grotere afnamestijleffecten naar voren voor jongere of oudere proefpersonen, of voor proefpersonen met meer of minder intellectuele capaciteiten. 


Hier vindt u alle Amerikaanse equivalentieonderzoeken.